10 stuks, of 20 mini’s van ongeveer 5 cm ø
75 g boter
250 ml melk
21 g verse gist (halve pakje)
40 g suiker
1 tl gemalen kardemom
½ tl zout
420 – 480 g tarwebloem
1 ei, opgeklopt, voor het bestrijken van de bolletjes
150 – 200 g amandelspijs
500 ml slagroom
suiker naar smaak voor de slagroom
poedersuiker voor bovenop bestrooien
- Laat de boter smelten in een pan en voeg de melk toe. Laat het lauwwarm worden, ca 37 graden.
- Verkruimel de verse gist in een kom en roer de gist los met een beetje van het lauwwarme melk/botermengsel. Voeg de rest van het melk/botermengsel toe.
- Voeg de suiker en kardemom toe en roer goed.
- Voeg als laatste het zout en bijna alle tarwebloem toe. Bewerk tot een mooie deeg.
- Laat het deeg voor ongeveer 30 minuten rijzen op een warme plek.
- Kneed het deeg door en deel het deeg op in 10 stukken. Rol tot mooie bolletjes en leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat.
- Laat de bolletjes nog 20 – 30 minuten onder een theedoek rijzen.
- Verwarm de oven voor op 225˚C (hete luchtoven)
- Bestrijk de bolletjes met opgeklopt ei.
- Bak de bolletjes voor ongeveer 8 – 10 minuten (korter voor kleinere bolletjes).
- Haal ze uit de oven en laat de bolletjes afkoelen.
- Snij een kapje van de bolletjes af.
- Hol de bolletjes een beetje uit, bewaar het kruim.
- Meng het kruim met amandelspijs en klein beetje geklopte slagroom tot een lekkere massa.
- Vul de bolletjes met het amandelspijsmengsel.
- Doe een lepel geklopte, gezoete slagroom op de bolletjes. Plaats het kapje bovenop. Bestrooi met poedersuiker en dan lekker opeten!

